Georgische thee

Thee uit Georgië De theeteelt begon in Georgië rond 1830, met planten afkomstig uit China en heeft een enigszins merkwaardige geschiedenis. De Georgische Prins Miha Eristavi reisde door heel China en raakte geboeid door de Chinese thee. Gezien de gelijkenis van het subtropische klimaat van China met West-Georgië (vooral de regio Goeria, grenzend aan de Zwarte Zee) besloot hij om deze plant mee te nemen naar zijn vaderland. Omdat op dat moment het exporteren van theezaden uit China verboden was, verborg de prins de zaden in een stuk bamboe. Georgische thee werd zeer populair over de hele wereld. In 1899 op de wereld tentoonstelling in Parijs kreeg de Georgische thee een gouden medaille. Rond 1920 werd de Georgische thee erkend als belangrijke economische activiteit, nieuwe rassen werden gekweekt door enten, geselecteerd op kwaliteit en op bijzondere aroma's. Georgië leverde thee aan de gehele Sovjet Unie. Door de groei van de productie daalde de kwaliteit van de thee, en kwam ook een einde aan de bloeiende theehandel. Mede hierdoor werd het grootste deel van de plantages gekapt. Gelukkig zijn er nog plantages, die dit hebben overleefd, dankzij de lokale betrokkenheid van theeliefhebbers.